Promotieonderzoek

Ons onderzoeksvoorstel is aangenomen en het feitelijk onderzoek is in voorbereiding, start in september 2015

Werktitel:

Organiseren van menswaardigheid:  sturen op waarden in zorgorganisaties

Promotie bij Roland Bal en Annemiek Stoopendaal, Beleid en Management in de Gezondheidszorg, HCG, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Centrale onderzoeksvraag:

Hoe komt in de cliënt context (het proces rond en met de cliënt) “menswaardigheid” tot stand en wat is de rol van de waarden van de bestuurder, de cliënt en andere actoren daarbij?

Afronding waarschijnlijk half 2018

Voor de voortgang volg ons op onze blog: www.menswaardigheid.org

Zie onze flyers voor alle deelnemers aan ons onderzoek:

flyer onderzoek cliëntversie 4.3

flyer onderzoek versie 4.2

Inclusieve wijk

In Nederland verblijven twee maal zoveel mensen in instellingen voor langdurige zorg als in vergelijkbare andere landen. En geen land ter wereld geeft meer uit aan langdurige zorg (rond de 14 miljard euro). Dit alles leidt tot een afname van zelfredzaamheid, toenemende afhankelijkheid en uiteindelijk tot een afname van menselijke waardigheid van kwetsbare mensen.

Met betere ondersteuning vanuit het eigen netwerk, gedecentraliseerde thuiszorg en technische hulpmiddelen zouden minder mensen afhankelijk hoeven te zijn van institutionele zorg, dus thuis kunnen verblijven en een betere kwaliteit van leven hebben. In het hedendaagse denken over zorg voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking neemt thuis wonen een steeds centralere plaats in. Het is niet meer de handicap die behandeld moet worden in een kliniek, buiten het sociale netwerk. Het gaat nu juist om het krijgen van voldoende ondersteuning bij wonen en leven midden in de samenleving.

Verpleeghuizen worden weliswaar steeds leefbaarder, maar raken hun invaliderende kenmerken niet kwijt. Steeds duidelijker wordt dat het verpleeghuis voor ouderen van nu niet de oplossing is voor hun zorgvraag. Ook kleinschalige groepsvoorzieningen sluiten niet meer aan bij hun wensen. Dit komt omdat men als bewoner uit het vertrouwde sociale netwerk wordt gehaald en de corrigerende maatregelen van het instituut rond privacy, zeggenschap en respect hierop geen antwoord hebben.

De fysieke zorg valt veelal wel te regelen, maar voor de grootste handicap: het sociaal isolement, het verlies van de binding met de samenleving, blijkt dat lastig. Met eigen zorgcorporaties en eigen- kracht-conferenties en projecten als Bonte Buren proberen ouderen hun eigen zorg en die van lotgenoten voor de toekomst te regelen. Maar dit betreft een kleine groep.

Gallé Consult is sinds begin van het jaar betrokken bij bouwplannen c.q. ontwikkeling van een inclusieve wijk als alternatief voor institutionele zorg. In zo’n wijk worden rond kwetsbare zorgvragers persoonlijke netwerken gevormd met zorgzame buren en vrijwillige c.q. professionele zorgverleners uit de wijk. Met flankerend een breed dienstenaanbod in een ondersteuningscentrum met algemene voorzieningen en behandel- c.q. verblijfsfaciliteiten.

Organisatiescan

En meteen verder met een organisatiescan bij GGZ inGeest.

Leuke inkijk in een organisatie die echt iets wil met cliënten met een dubbele diagnose.

Verandermanagement

Van 1 augustus 2011 tot 1 maart 2012 ben ik bij Pleyade in Arnhem met een verandertraject bezig geweest naar een Pleyade Advies en Behandelcentrum. Het professioneel, organisatorisch en bedrijfsmatig richten en inrichten ervan en het positioneren binnen de organisatie vanPleyade. Het geheel werd overschaduwd door het verscherpt toezicht van IGZ dat voor  Altenova en de behandeldienst van kracht was tussen 22 juli 2011 en 20 januari 2012.  Maar het heeft me uiteindelijk niet veel opgehouden in het verandertraject.

Beziel(en)de bestuurders

In ons onderzoek (samen met John Luijten van IMO) naar “bezielende leiders” komen we steeds verder af van bezieling als een eigenschap of kenmerk van een leider. Of van bezieling als competentie of attribuut.

Bezieling lijkt te ontstaan in interactie, in een dialogisch proces, waarin bezielende leiders bezielende medewerkers zoeken in een wederkerig proces van betekenis geven. Een dialogisch proces dat steeds moet worden onderhouden, dat kan mislukken of in concrete organisatorische situaties kan worden gestart. De bestuurder als boegbeeld of boeggolf.

De organisatie weerspiegelt deze ziel in haar opbouw en ruimte-scheppende dimensies.

Wat de bestuurder drijft is het volgende focus voor ons onderzoek.

Het onderzoek is nog niet af maar levert al zoveel stof op dat er een boek in zit.  Dat dan ook de basis zal zijn voor een leergang, want ons inziens is bezielen te leren.

Organisatieadvies

Op dit moment heb ik geen interim-opdracht, wel de vraag om voor In voor Zorg! een aantal organisatiescans en interventies te doen. Eigenlijk het begin van elke interim-opdracht. Nagaan of er binnen of buiten de organisatie belemmeringen zijn om het verbetertraject dat de organisatie wil tot een succes te maken. En natuurlijk welke ondersteuning daarvoor dan nodig is. Pittig maar interessant advieswerk.
Verder staan er wat lijntjes uit in Rotterdam en Amsterdam.

Zorgverlening op een verpleeghuislocatie

Mijn laatste interimopdracht betrof het opzetten van een advies en behandelcentrum in Emmeloord. Hoe kom je op de markt in een gebied waar extramurale behandeling nog redelijk nieuw is en marktpartners je in die rol niet kennen.
Maar een nieuwe opdracht welke betrekking heeft op de zorgverlening in een verpleeghuis lijkt mij in deze tijden meer een echte uitdaging. Zeker om te zien of ik wat ik in het laatste boek propageer, ook werkelijk in de praktijk gestalte kan geven.

Nieuw boek in de trilogie

Na het eerste boek: “Sturen van dienstverleningsprocessen” is het tweede boek in de trilogie in april verschenen: “Pedagogie van de geïnstitutionaliseerden.”

Ging het in het eerste vooral over de vraag hoe je als teamleider er op stuurt dat de zorg zo verleend wordt zoals jij dat naar jouw maatstaven wilt, het tweede boek focust vooral op bestuurders. Hoe voorkom je de negatief socialiserende fenomenen van institutionele zorg en introduceer je  het dialogisch proces in de zorg. En anderzijds kunnen we leren denken in resultaten in plaats van institutionele voorzieningen. De outline van het derde boek is er en richt zich op verzorgenden en het behouden van hun beroepseer. Hoe kom je los van sturende opvattingen die je werk minder zin geven.

Niche

Veel behandeldiensten verkeren in een overgangsfase. Sommige komen het formatievraagstuk niet te boven en blijven ziekenhuisje spelen. Het ontbreekt hen aan een visie op moderne ouderenzorg en de rol die zij daarin kunnen spelen. Het vraagt lef en ondernemerszin om oude cultuurpatronen te overwinnen en ouderen echt hulp te bieden om hun weerbaarheid te vergroten.

Steeds meer ouderen verblijven buiten het verpleeghuis. De expertise van de verpleeghuiszorg en hun andere behandelmentaliteit wordt hen onthouden als we de blik niet naar buiten richten.

Wat mij boeit

Iets wat me de laatste tijd erg bezig houdt is de aandacht voor saamhorigheid en leefbaarheid van woonbuurten. Mijn vraag is daarbij kan dat ook in brede zin. Niet alleen gericht op wonen en welzijn maar ook op de zorg voor elkaar.
De verantwoordelijkheid die we allen hebben voor onszelf en naar elkaar. De overheid en instituten bieden zorg aan ouderen, omdat we niet beter weten. Maar het blijft veelal één oplossing voor een veelheid aan problemen en ze heeft (mede daardoor) een slecht imago. Veel pogingen worden gedaan hier verbetering in te brengen maar deze lijken vooralsnog beperkt in hun succes. Als we echt verandering willen begint het in onze eigen leefomgeving met onszelf als toekomstige klant. Als we af blijven wachten tot we oud zijn komen zijn we aangewezen op wat anderen voor ons regelen. En er verandert niets wezenlijks aan die zorg. We blijven dan ontevreden en in een slachtofferrol hangen.

Buurthulp (vgl. buurtzorg) met coördinerende vrijwilligers en vrijwilligers die incidentele hand en span diensten verlenen met professionals op de achterhand lijkt me wel een mogelijkheid om het even zonder instituut vol te houden op je eigen plekje.